‘De minister vertelt dat ze zich zorgen maakt om de ...

Talitha Jacobs is leerkracht op een basisschool in de Haagse Schilderswijk. Ze volgde de Pabo bij Inholland Den Haag. Tot de zomer spreekt Talitha als ‘onderwijsbuddy’ regelmatig minister Ingrid van Engelshoven om te vertellen over haar ervaringen als beginnende leerkracht. Talitha houdt voor ons een blog bij over deze gesprekken. Sinds de coronamaatregelen zijn ingevoerd, zijn het videogesprekken geworden.

Ik denk niet dat ik mijn eerste jaar als leerkracht snel zal vergeten. Ik zit aan de eettafel, aan de ene kant ligt een mapje met de naam ‘thuiswerkpakket corona’, een aantal nakijkbladen van spelling en een lijst met telefoonnummers en namen van leerlingen. Op mijn telefoon staat een chatscherm open. Aan mijn andere kant leunt de iPhone van mijn vriend tegen een plantenpot aan, omdat ik zometeen een Facetime-gesprek heb met de andere onderwijsbuddy Lisa en de minister. Voor mijn neus staat mijn laptop, waarmee ik via een digitaal volgsysteem in de gaten kan houden of alle leerlingen de rekenopdrachten wel maken.

Op het moment dat ik een chatbericht wil sturen naar een leerling die voor de vierde dag achtereen nog niets heeft uitgevoerd en waar thuis steevast de hoorn op de haak wordt gelegd, hoor ik de telefoon van mijn vriend afgaan. Ik hoor de stemmen van Ingrid van Engelshoven en Lisa mij vrolijk begroeten, maar ik heb geen beeld, dus ren ik naar mijn vriend. Ik ben niet zo’n held met iPhones.
Ik word nog een keertje opgebeld, maar helaas nog steeds geen beeld. We besluiten het dit keer zonder te doen. Het begin van het gesprek is nu al een metafoor voor de manier waarop thuisonderwijs gaat. Afhankelijk van digitale middelen, improviseren, en een hoop frustratie.
De eerste vraag van de minister is dan ook hoe we het thuiswerken ervaren. Ik kan daar eerlijk over zijn: ik vind er weinig aan. Ik mis de leerlingen, ik mis het contact. Hun directe reacties. Ik mis de routine. En vooral mis ik de controle. De controle over het leerproces van de leerlingen, maar ook over hun welbevinden. Ik vraag bijna dagelijks op Klasbord of ze wat foto’s willen plaatsen van hun bezigheden, om in ieder geval een indruk te krijgen van hoe het met ze gaat, maar daar wordt lang niet zoveel op gereageerd als ik had gehoopt.

De vraag hoe het met de leerlingen gaat thuis, is iets wat minister Van Engelshoven ook erg bezighoudt. Ze vertelt dat ze zich zorgen maakt om de risicoleerlingen; de leerlingen die in een situatie wonen waarin thuisonderwijs simpelweg geen optie is. Ze geeft aan dat ze samen met minister Slob bezig is een oplossing te vinden voor het probleem; wellicht door de school ook open te stellen voor deze leerlingen. De minister is benieuwd hoe we als scholen met de risicoleerlingen omgaan. Lisa en ik vertellen dat we veel doen, van bellen tot huisbezoek, maar sommige kinderen bereik je niet. Helaas ben je op dit moment van veel meer factoren afhankelijk dan alleen de leerplicht; denk aan het werkschema van de ouders, de digitale middelen die er thuis zijn, de wijze van opvoeding en de taalverschillen. Ook in het (thuis)onderwijs moeten we samen sterk staan.
Het coronavirus heeft invloed op de uitoefening van elk beroep. Maar tijdens het thuiswerken word ik mij pijnlijk bewust van één ding dat niet is veranderd; de verantwoordelijkheid die er op de schouders van leerkrachten rust. Zelfs als je starter bent.