Waarover spraken zij?

Auteur(s): Helmy Evers

Helmy Evers heeft dit onderzoeksartikel geschreven in het kader van de differentiatieminor NT2.

Waarover spraken zij?

Gestuurde taalcommunicatie met een zo hoog mogelijk rendement is enorm belangrijk voor taalzwakke kinderen en voor tweede taalleerders.

Telkens als kinderen communiceren zijn ze bezig met spreken en luisteren, ze ontvangen en produceren woorden, hiervoor moeten kinderen de woorden opzoeken in hun hoofd (in het mentale taallexicon). De kinderen ontvangen, bedenken, ordenen en vatten samen. Door dit proces wat zich afspeelt tijdens het communiceren kunnen de woorden beter verankeren aan de andere woorden die al in hun bestaande taallexicon (woordenschat) zitten.


Hieronder worden de conclusies van het onderzoeksartikel weergegeven.
Het volledige artikel vindt u als pdf-bestand onder de conclusies.

Conclusie

Alle werkvormen hadden een grote hoeveelheid verhoogde taalproductie uitgeoefend door de kinderen. Je breidt echt de hoeveelheid tijd enorm uit waarin de kinderen gestuurd taal produceren. Naar mijn mening zijn deze werkvormen van samen taal leren een ‘must’ in elke klas!

Kinderen leren samen praten op cognitief niveau. Wat heb je net geleerd en hoe gebruik je die woorden? De leerlingen moeten zo jong mogelijk een zo groot mogelijk taalnetwerk in hun hoofd krijgen waar steeds meer woorden aan gelinkt kunnen worden. Hoe groter die cognitieve woordenschat hoe beter. Kinderen moeten leren elkaar naar een hoger niveau tillen. Hierbij moeten ze succeservaringen hebben. Vooral NT2 leerders moet je de kans en wetenschap geven hoe ze met elkaar verder kunnen komen tijdens de enorme klus om alleen al de Nederlandse taal en al die leerstof met elkaar binnen een rijke cultuurklas machtig te worden. Deze wetenschap is bepalend voor hun toekomst, de toekomst van elk individueel kind. Maar ook de toekomst van dit land.